AndalusiŽ, Herfst 2004

Terug naar Reisartikelen

El Andaluz: weemoed om zoveel schoonheid.

Andalusië is het zuidelijk deel van Spanje waar de Moren het langst standhielden toen de verenigde katholieke vorsten steeds meer grondgebied van Spanje heroverden. De Moren hadden bijna 700 jaar dit gebied in handen gehad en hadden door hun grote kennis op gebied van wetenschap, kunst en handel het land veel welvaart gebracht. De sporen van hun cultuur zijn tot op de dag van vandaag nog volop aanwezig. In het ruige, onherbergzame landschap waar hier en daar slechts olijf- en amandelboomgaarden te vinden zijn, duikt opeens op een heuvel een stadje op: witte huizen tegen een heuvel met op de top een castillo. Zo was het toen, zo is het nu nog steeds.

Mijas is zo’n typisch Andalusisch stadje, gelegen in het achterland, even ten westen van Málaga. De smalle keienstraatjes lopen, soms in treden, omhoog en omlaag en komen samen op allerlei kleine pleintjes, waar fonteinen en bomen voor enige verkoeling zorgen in de altijd voelbare hitte.


Puerta de FelipeV en Arabische brug
op de voorgrond

De klassieke trip start meestal in Málaga vanwege het nabijgelegen vliegveld en de eerstvolgende stad op de route is Ronda. De weg van de kust er naartoe leidt door de bergen en biedt soms fantastische vergezichten. Het deels ommuurde Ronda ligt op een heuvel doorsneden door een smalle kloof. De Romeinen zo laag mogelijk, de Arabieren iets hoger en tenslotte de Spanjaarden op het hoogste punt hebben dit ravijn overbrugd. Het mooiste overblijfsel uit de Moorse tijd zijn de restanten van een badhuis in de buurt van de Romeinse brug.. Een videofilm verschaft in het Engels de nodige uitleg voor een goed begrip. Vanaf het Palacio de Mondragon leidt een pad naar de rivier diep beneden vanwaar men een prachtig zicht heeft op de overspanning van de 19e-eeuwse brug.. Een aanrader is ’s avonds te dineren in restaurant El Polo in de straat Mariano Soubiron 8.

Wat echte hitte betekent ervaren we in onze volgende halteplaats: Sevilla. Op weg erheen wordt het landschap steeds minder glooiend. In een klein dorpje, Los Molinas, waar je nog koffie kunt drinken voor E 0,70 heerst een verlaten rust, maar Sevilla vertoont alle kenmerken van een drukke stad.

Daar zie je voor het eerst het mooie vlechtwerk en de vergulden plafonds van een Moors paleis in de Reales Alcazares. De kathedraal, de grootste van Europa, heeft een adembenemend rijk hoofdaltaar. Het vermoeden bestaat dat het zo weelderig met goud beklede altaar grotendeels gemaakt is van tot goud omgesmolten voorwerpen die de Spaanse veroveraars buitmaakten op de Azteken en de Inca’s. Evenals in Italië blijkt in Spanje Maria vaak in de verering een belangrijker plaats in te nemen dan Christus.

Vanuit de kathedraal kan men de toren La Giralda beklimmen. Deze toren was oorspronkelijk een minaret die men door middel van een spiraalvormige weg kan beklimmen. Boven de winkelstraten in de oude wijk Santa Cruz zijn over de straat heen doeken gespannen om het winkelend publiek tegen de zon te beschermen.Voor Sevilla heb je zeker twee dagen nodig. Er is de Universiteit, eens de tabaksfabriek, bekend van het verhaal en de opera ‘Carmen’, er is het fraaie Parque Maria Luisa waarin het bezienswaardige Archeologisch Museum ligt.

In dat park worden we gewaarschuwd door een hovenier. Op aandoenlijke wijze toont hij me een briefje waarop in het Engels geschreven staat dat we goed op onze spullen moeten passen. Omringd door zoveel schoonheid, vergeet je vaak het alledaagse…Na een bezoek aan het Huis van Pilatus met z’n fraaie interieur drinken we een van de honderd soorten koffie in een koffiehuis tegenover de Archivo de Indias.

Cordoba is gezelliger en overzichtelijker dan Sevilla. In de wijk La Juderia, gedeeltelijk tegen de stadsmuur gebouwd, waar eens de Joden in goede harmonie leefden met de Moren en de Spanjaarden, staat nog een synagoge. De enige die overgebleven is in Spanje, naast die van Toledo. Het is een labyrinth van straatjes waarin je gemakkelijk de weg kwijtraakt. Vanaf de Romeinse brug heb je een mooi zicht op de stad. .Het Alcazar zelf is niet zo bijster interessant, maar de in Moorse stijl aangelegde tuinen des te meer. Maar verreweg het indrukwekkendst is de moskee de Mesquita. Deze tempel rust op 850 zuilen. Zelfs Karel V was zo onder de indruk van de pracht van deze moskee dat hij het gebouw niet liet afbreken, maar er gebruik van maakte. Midden in de Mesquita bouwde hij een kathedraal die, wonderlijk genoeg, nauwelijks afbreuk doet aan het geheel.

Het zelfde staaltje van respect toonde hij eveneens in de stad Granada waar de Moorse cultuur zijn hoogtepunt bereikte. In het complex van de Alhambra zette hij, naast het paleis van de Moorse sultans uit de dynastie der Nasriden, een nogal plomp paleis neer. Het zal niet zijn bedoeling geweest zijn, maar juist daardoor wordt het wonder van de Alhambra er nog mooier op. Zelden kom je in een paleis zo ’n schitterende architectuur aan deurbogen, vlechtwerk en versierkunst tegen als hier. Afgezien van de overal opdoemende onverwachte doorkijkjes, de vele patio’s, het spel met watervlakken en de vele fonteinen.

Het is aan te raden eerst de pracht en praal van de kathedraal en de grafkapel van de katholieke koningen te gaan zien, want na het sprookjesachtige Alhambra valt veel in het niet. Maar toch … onverwacht maken we mee hoe in een processie Maria door een menigte uit de kathedraal wordt gedragen, voorafgegaan door een muziekcorps en vertegenwoordigers van verschillende gildes. Vuurwerk begeleidt haar tocht door de binnenstad. Schitterend om te zien hoe de onzichtbare dragers de beeltenis van Maria zo draaien dat haar hoofd niet door een vlag wordt beroerd die over de straat hangt.


Patio de Arrayanes, een van de paleizen
in het Alhambra

De oude Arabische wijk Albaicin waarnaar de verdreven bevolking verhuisde na de nederlaag van de laatste Moorse koning met z’n typisch oosterse sfeer van trapstraatjes mondt uit in een gezellig plein. Op dit Plaza Nueva rusten veel bezoekers na de bezichtiging van het Alhambra op de nabijgelegen heuvel uit van de inspanning van de klim en de opgedane indrukken. We denken terug aan de legende met betrekking tot het gedwongen vertrek van de laatste sultan Boabdil uit Granada. Toen hij, staande op een heuvel, met tranen in de ogen, voor de laatste keer omkeek naar het Alhambra, zei zijn moeder: ‘huil niet als een kind om wat je als man niet kon verdedigen.’

Op weg naar de kust hebben we een fraai zicht op de toppen van de Sierra Nevada. Onze laatste etappe is Nerja, een redelijk intact gebleven kustplaats. Hier kun je in het vakantiedorp El Capistrano Village nog even lekker nagenieten van al het moois van de route in de voetsporen van de Moren. Ter afwisseling van strandbezoek liggen in het achterland nog enkele mooie ‘pueblos blancos’ zoals Salobrena en Frigiliana.

Andalusië is een gebied waar je , in de heerlijke temperatuur van het voor- en najaar, ongedwongen cultuur en lekker luieren op het strand kunt combineren. Die drie-eenheid maakt een verblijf in El Andaluz tot een onvergetelijke belevenis die lang in je herinnering zal blijven hangen.

Voor meer informatie over een dergelijke reis naar Andalusië kunt u zich het beste wenden tot SRC- Cultuurvakanties, tel: 050-3 123 123, e-mail:info@srctravel.nl

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie