Bali, Lombok en Gili Eilanden: eten bij de goden voor de prijs van tien postzegels (2011)

Terug naar Reisartikelen

Bali wordt wel eens het eiland van de goden genoemd. Die indruk krijg je niet als je in Denpasar bent geland en daarna op weg bent naar je hotel. De hoofdstad telt ruim 300.000 inwoners is overvol door de talrijke scooters en auto’s. Is dit nu het beloofde paradijs? U moet nog even geduld hebben, want eenmaal uit deze overvolle stad begint de schoonheid van Bali: de wereldberoemde sawa’s in terrasvorm, de dorpen met tempels, de stalletjes met fruit, de weelderige bloemenpracht van frangipani en hibiscus en de in kleurige sarongs geklede mensen die vooral rust en schoonheid uitstralen. Want inderdaad, hier wonen de mooiste mensen ter wereld.

Hindoeïsme

Bali is doordrenkt met religie. 95% van de bevolking is hindoe en dat zie je overal terug in het dagelijkse leven: elk dorp telt drie tempels, gewijd aan de belangrijkste goden; elk huis, hotel of winkel heeft zijn eigen tempel of offerplaats en de hele dag door zie je mensen hun kleine offers brengen in de vorm van een doosje, gemaakt van gevlochten palmblad waarop bloemen, een hapje rijst en soms een snoepje liggen. De hindoes doen dat drie keer per dag. Het hindoeïsme is een godsdienst die in al zijn eenvoud de mens laat terugkeren naar zichzelf: iemand die een goed leven leidt wordt beloond met een beter volgend leven. Het is bijna een verademing te noemen dat er een godsdienst is die niet uit is op dwingende bekering. Misschien is dat het ook wat de Balinezen zo’n open, blij en verdraagzaam karakter geeft.

Vooral op Bali zie je de hele dag door mensen buiten eten. Het leven hier is voor ons Europeanen spotgoedkoop. Als je met z’n tweeën uit eten gaat, kost de maaltijd, inclusief drank, vaak niet meer dan tien postzegels op een kaart naar Nederland.

Natuurlijk, ook hier word je soms lastig gevallen door verkopers van prullaria, maar de hinder blijft binnen de grenzen. Negeren wordt aangeraden, ook al stuit dat je soms tegen de borst, evenals als het afdingen van een prijs die in onze ogen meestal al lachwekkend goedkoop is.

Ubud

Er is nauwelijks industrie op Bali maar des te meer handnijverheid. Rond Ubud vind je steenhouwersdorpen, houtbewerkersdorpen, schildersdorpen, weversdorpen en vliegermakerssdorpen. Hier wordt alles nog met de hand gemaakt. In Ubud zelf vind je al deze producten in talloze winkeltjes terug.

Ubud heeft in dat verband ook een interessant museum: het museum Puri Lukisan waar schilderijen en houtsnijwerk uit heden en verleden een goed beeld geven van de geschiedenis van deze kunstvormen op dit eiland.

In de omgeving van Ubud kun je een mooie wandeling maken op een soort heuvelrug tussen twee riviertjes met fraaie vergezichten op de jungle en rijstvelden. Een andere aangename kennismaking met Bali is een fietstocht van ongeveer 20 km van het Batur Meer terug naar Ubud. Vreest niet, je daalt alleen maar af van een vulkaanberg en het enige wat je doet is in de remmen knijpen. Je rijdt onder leiding van een gids die onderweg uitleg geeft bij verschillende plantages en een typisch Balinees huis.

Tijdens een rondrit op Bali zie je prachtige rijstvelden in de verschillende stadia van groei. Rijstboeren zijn op sommige plaatsen bezig met het oogsten, op andere plekken juist met het planten van de rijst. Op Bali kun je, niet seizoengebonden, drie keer per jaar oogsten. De rijstvelden in terrasvorm zie je meer in het midden van Bali. Ondanks de overbekende foto’s van de sawa’s is het een onvergetelijk schouwspel de rijstvelden van dichtbij te zien: van hoog naar laag worden de akkers omgeven door dijkjes die het water op de velden vasthouden. Via een vernuftig irrigatiesysteem loopt het water van een hoger veld naar een lager veld. Het geeft een fraaie diepte aan het groene landschap. Vaak kun je over de dijkjes een wandeling door de rijstvelden maken.

Soms zie je in een dorp dat men bezig is een grote koe te maken en te versieren. Dat maakt onderdeel uit van een crematieceremonie waarbij de overledene in de koe wordt gelegd waarna hij tijdens een grootse plechtigheid wordt verbrand. Omdat zo’n crematie voor tal van genodigden heel wat kosten met zich meebrengt, wordt een overleden persoon vaak eerst voorlopig begraven. Als het geld voor de crematie bij elkaar gespaard is, vindt deze ceremonie pas plaats. Dat kan soms jaren duren…

Dolfijnen

Lovina in het noorden van het eiland is de plek waar je springende dolfijnen kunt spotten. ’s Morgens vroeg rond zes uur zie je tal van vissersbootjes, de zogenaamde vlerkprauwen, vanaf het strand de zee opgaan op zoek naar groepjes dolfijnen. Het lijkt wel of ze met je spelen want telkens duiken ze een stukje verder onverwachts op. Voor de vissers, de ‘dolfijnenjagers’, is het een sport als eerste een groepje in het oog te krijgen en erheen te varen. Het is een speciale ervaring dolfijnen bij zonsopkomst te zien spelen.

Aan de voet van de Gunung Agung (‘Grote Berg’) ligt de belangrijkste tempel van Bali, de Besakih Tempel. Het is de moedertempel, die prachtig in terrasvorm ligt als een eerbetoon aan de berg die door zijn grillige uitbarstingen in het verleden nogal eens letterlijk voor opschudding zorgde. Hier zie je ook hoe corruptie in het klein werkt. Officieel moet iedere hindoe of toerist de laatste kilometers naar het complex lopend afleggen. Maar tegen betaling mag je via een nevenroute met de auto omhoog om deze vlak naast het tempelcomplex te parkeren.

De meeste hotels, behalve die in Ubud, bevinden zich aan zee of vlakbij zee. Het is ook mogelijk in een dorp een klein hotel te boeken, zoals in Manggis bij Candidasa. Het is een groot huis met een eigen tempel dat omgetoverd is tot een hotel met acht grote kamers. Het is heel bijzonder ’s avonds een wandeling in het dorp te maken waar bewoners in groepjes tot laat in de avond met elkaar aan het praten zijn en ’s morgens, na het wakker worden, uit te kijken over de rijstvelden van de buren die al druk aan het werk zijn.

Een afwisseling, naast alle tempelbezoek is een uitstapje naar het koninklijke waterpaleis in Tirtagangga. Een groot deel van het paleis is vernield door de laatste uitbarsting van de vulkaan, maar de vijvers en het uitzicht op de omliggende rijstvelden zijn nog even mooi als in het verleden. Een bezoek aan het 18e-eeuwse gerechtshof in Klungkung met zijn plastisch geschilderde wijze lessen over goed en kwaad en het nabijgelegen museum valt in dezelfde orde.

Wie niet van plan is naar Komodo te varen om daar de Komodovaraan in levende lijve te aanschouwen, kan dit prehistorische dier ook op Bali zelf bewonderen. Naast het Bali Vogelpark dat in een natuurlijke omgeving een excellente collectie vogels van heel Azië herbergt, zoals de wonderschone paradijsvogel en de kroonduif, is een klein reptielenpark waar de varaan in zijn kooi de hele dag niets ligt te doen…

Lombok

Lombok is heel verschillend van Bali. De oversteek per vliegtuig duurt maar 25 minuten, maar er is een wereld van verschil: de mensen op Lombok, meestal moslims, zijn minder uitbundig gekleed, er zijn beduidend minder tempels, naast de vele scooters kom je hier ook nog regelmatig paard en wagen als vervoermiddel of taxi tegen en het landschap is er aanzienlijk minder groen. Door de droogte kan op Lombok op veel plaatsen maar een keer rijst geoogst worden. Maar men treurt niet op Lombok. Het internationale vliegveld is pas geopend en veel hagelwitte stranden zijn hier nog niet ontdekt.

Het binnenland van Lombok kent nog een aantal dorpen van de Sasaks. Men vermoedt dat deze mensen ooit hier gekomen zijn vanuit Birma. Ze spreken een eigen taal en trouwen alleen met de eigen dorpelingen. Het zijn vaak dorpen waar één ambacht wordt uitgeoefend, zoals pottenbakken of weven. Het gaat ze duidelijk minder goed dan hun buren op Bali want de behuizing ziet er armoedig uit.

Gili Eilanden

In het noordwesten liggen, vóór de kust van Lombok, drie eilandjes, de Gili Eilanden. Ze hebben alle drie hun eigen charme. Op het eerste eiland, Gili Air, kun je het beste snorkelen; op het tweede eiland, Gili Meno, kun je, al snorkelend, schildpadden op het koraalrif zien zwemmen en het derde en grootste eiland, Gili Trawangan, leent zich het beste voor een verblijf. De tocht naar de eilanden is al een belevenis op zich. De snelle boot brengt je binnen een kwartier van het vasteland van Lombok naar het grootste eiland. Een kleine boot doet er ongeveer een uur over en ploegt zich moeizamer door de golven. Het risico bestaat dat je kletsnat aankomt, maar in dit tropische klimaat is dat niet zo’n groot bezwaar. Het is het drukste eiland met veel hotels en restaurants. Maar alles is betrekkelijk want na één kilometer beland je al in the middle of nowhere. Je kunt dit eiland in ruim twee uur rondfietsen of in ruim drie uur rondwandelen. Op Gili Trawangan kun je overal een excursie inclusief snorkeluitrusting boeken die je brengt naar de plek waar je de schildpadden kunt spotten. Op het eiland is zelf een conservation center waar de schildpadeieren worden uitgebroed en grootgebracht om ze daarna uit te zetten in zee.

Bali, Lombok en de Gili Eilanden is een mooie combinatie van eilanden om tijdens één vakantie aan te doen. Het is een overzichtelijk geheel en vergt geen langdurig reizen van de ene plek naar de andere. Alle drie plekken zijn verschillend en roepen een totaal andere sfeer op. Maar alle drie zijn het betoverende eilanden waarvan je droomt en hier kun je die droom naar believen invullen.

Voor meer informatie over een vakantie naar deze eilanden, zie www.dejongintra.nl

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie