Borneo 2006

Terug naar Reisartikelen

Maleisisch Borneo: avonturieren in een ongerept paradijs.

Here it’s you and the jungle‘, zegt de gids die ons van het minivliegveldje in Mulu National Park komt afhalen.

Ik ben nog nooit zo snel uitgecheckt als hier. De grondstewardess wier dochtertje naast haar met een pop zit te spelen is de enige in functie en de koffers arriveren na een paar minuten en worden op een toonbank gelegd. De aankomst- en vertrektijden, met hier en daar wat doorhalingen, staan op een schoolbord geschreven. Er is maar één weg: die van het vliegveld naar het resort dat midden in de jungle ligt.

En dan zie ik die prachtige vlinder die ik paginagroot in een gids over Maleisië had gezien voor het eerst in het echt: een zwartgroene vlinder, zo groot als een mus, die niet fladderend, maar schommelend vliegt. Het is de zoveelste verrassing in dit schitterende land.

Natuurlijke wekkers


Oude Ibanvrouw in longboat

We landen na een uiterst comfortabele vlucht met Malaysia Airlines op het vaste land van Maleisië. Kuala Lumpur is een typisch voorbeeld van een miljoenenstad in Zuid-Oost-Azië: veel drukke autowegen, oud en nieuw, hoog en laag kriskras door elkaar en overal wolkenkrabbers, waaronder het wereldberoemde 450 meter hoge gebouw Twin Towers Petronas dat intussen als hoogste gebouw ter wereld alweer voorbijgestreefd is. Roem duurt nooit lang…Het hart van de stad wordt gevormd door een kunstmatig meer waaromheen een aantal parken is aangelegd. Het gaat Maleisië economisch voor de wind en dat uit zich in grootse projecten, zoals het vliegveld van K.L., en grootschalige nieuwbouw.

Maleisië bestaat uit twee door de Zuid-Chinese Zee gescheiden delen: het vasteland, West-Maleisië, waar de hoofdstad K.L ligt, zoals de Maleisiërs haar liefkozend noemen, en Oost-Maleisië, dat deel uitmaakt van het eiland Borneo. Maleisië kent een gemengde bevolking die in harmonie met elkaar leeft: Maleiers, Chinezen en Indiërs.

Ons reisdoel is Maleisisch Borneo dat uit de provincies Sarawak en Sabah bestaat. Kuching, de hoofdstad van Sarawak, is een groene, rustige stad. Het Sarawak Museum is een leerzame introductie in de flora en fauna en de cultuur van het land. Die cultuur leer je al snel kennen als je ’s avonds de straat opgaat: overal staan stalletjes met exotisch fruit en groenten en je kunt tot laat op de avond terecht op verschillende eetmarkten waar je voor een habbekrats een maaltijd kunt gebruiken.

Maludam is een vissersplaatsje ten noorden van Kuching, aan de monding van een rivier. Het ligt niet eens op zo’n grote afstand, maar er loopt geen directe weg naartoe. Dat betekent rijden en varen om rivieren over te steken en weer rijden om bij het afgelegen dorp te komen. Het dorp is, zoals elk huis, gebouwd op palen vanwege de springvloed die een keer per maand de zee diep het land invoert. Door het dorpje leidt maar één betonnen weg, vergelijkbaar met een fietspad bij ons, en voor de rest zijn er zijwegen van houten vlonders die naar andere huizen leiden. De paar auto’s waarover men beschikt staan op een parkeerterreintje aan het begin van het dorp. De meeste dorpelingen bewegen zich hier voort op een brommertje of gaan gewoon te voet.


pas op voor overstekende makaken!

De Malay familie bij wie wij eten en de nacht doorbrengen ontvangt ons hartelijk. Het is een groot huis, maar er wonen drie gezinnen in. Na de thee varen we per boot een natuurgebied in op zoek naar neusapen, makaken, krokodillen en exotische vogels. Ze houden zich vooralsnog op afstand. We gebruiken het diner zittend op de vloer en worden geacht met onze handen te eten. Voor het wassen ‘s avonds keren we voor even terug naar vroeger tijden: het washok annex toilet is een gat in de houten bodem. Om je te wassen dek je het gat met een deksel af en giet je met een emmertje water over je heen . Het is even wennen, maar het frist wel lekker op.

Ook aan de natuurlijke wekkers ’s morgens vroeg moet je wennen: de hanen onder het huis beginnen al rond drie uur met hun kakelconcert… Andere hanen , aan het andere eind van het dorp, die als vechthanen in kooien opgesloten zitten, vermoeden misschien dat hun laatste dag aangebroken is. Ze schreeuwen het uit van angst. Kippen, volgzaam als altijd, beginnen even later ook vrolijk mee te doen. Om zes uur gaat de officiële wekker: vanaf de minaret van de dorpsmoskee roept de ingeblikte stem de dorpelingen op tot gebed. Een kwartier later rijden de eerste brommertjes roffelend over de houten vlonders en nog geen vijf minuten later horen we de eerste kinderstemmetjes in het huis. Zie dan maar eens de slaap te houden…

Pas op! Overstekende apen.

Wanneer we het dorp verlaten, steken opeens een paar apen de weg over…We weten niet wat we meemaken. Dit land is zo anders dan we gewend zijn: de altijd vriendelijke en opgewekte mensen, de exotische flora en fauna, het heerlijke eten, het warme en luchtvochtige klimaat, de uitgestrekte jungle, de houten huizen op palen…

Het meer bij Batang Ai dat we moeten oversteken om bij de volgende verblijfplaats te komen ligt niet ver van de grens met Indonesië. In dit luxe resort, gebouwd in de stijl van een longhouse, is het heerlijk relaxen. De volgende dag rijden we naar een dorp aan de rivier vanwaar we met een longboat 8 km de rivier opvaren om bij het Ngemah Longhouse te komen waar we twee nachten doorbrengen bij leden van de Iban-stam, die in het verleden bekend stonden als de beruchte ‘koppensnellers’.

Een longhouse is eigenlijk een soort horizontale flat op palen. Het is één lang gebouw bestaande uit een aantal woningen waarvan de deuren uitkomen op een overdekte gemeenschappelijke galerij. Naast de galerij, buiten, is een soort voetpad en daarnaast bevinden zich de wankele erven, op palen gelegen vlonders, gemaakt van gehalveerde bamboestokken. Alle behuizing is gebouwd van hout, overdekt met daken van golfplaat.

Op de galerij wordt gezamenlijk thee en koffie gedronken, ‘s middags en ’s avonds en wordt er gepraat, veel gepraat. Er is geen televisie, geen radio. Dat zijn de bewoners zelf… Er is een grote gemeenschapszin: men helpt elkaar waar mogelijk. Ze leven in onze ogen tamelijk primitief, maar ze zijn gelukkig. Vanaf het eerste licht rond half vijf gaan ze aan het werk op hun peperplantages, rijstveldjes, of gaan ze vissen, voedsel verzamelen in de jungle of op jacht en ze komen ’s avonds pas terug. Een van de leden van de Iban laat ons tijdens een tocht door de jungle zien hoe schuilhutten en vallen in een mum van tijd gemaakt kunnen worden. Hij verzamelt voedsel dat we op een rivierbank roosteren en opeten.

Wij slapen onder een muskietennet op de open galerij. De Iban-gezinnen lijken zich in geen enkel opzicht iets van ons aan te trekken. We worden voor even gedoogd. Het verblijf in dit longhouse zal ons nog lang bijblijven als een indrukwekkende, unieke ervaring.

Mulu ligt in het hart van de jungle. ‘Welcome in the rainforest’, zegt de gids vanonder zijn paraplu, wanneer het water met bakken tegelijk uit de hemel valt. Maar het duurt nooit lang. Een kwartier later schijnt de zon alweer, maar je weet nooit voor hoe lang….Het Mulu National Park herbergt een aantal grotten, waarvan er een paar ontstellend groot zijn.De bekende stalagmieten en stalactieten in de grotten zijn op zich niet bijzonder spectaculair voor wie zoiets al eens heeft gezien in Frankrijk of Kroatië. Maar de tocht van ongeveer 5 km naar de Deer Cave en de Lang Cave dwars door de jungle is fascinerend door de grote hoeveelheid exotische planten en vlinders die je tegenkomt. Op de terugweg zien we opeens een kameleon. Je komt hier ogen te kort…’s Avonds krijgen we een aantal dansen van de verschillende stammen uit Sarawak voorgeschoteld. Een kleurrijk afscheid van Sarawak.

Turtle watching

Van Sarawak vliegen we naar Sabah. De afstanden zijn te groot om over de weg af te leggen. We vliegen steeds met Malaysia Airlines. Deze maatschappij heeft al menige prijs in de wacht gesleept vanwege de ruime zitplaatsen en de uitstekende en vriendelijke service. Sabah heeft als hoofdstad Kota Kinabalu (K.K. volgens de inwoners van Sabah, maar dat gaat ons iets te ver). In de buurt van de hoofdstad ligt een aantal luxe strandresorts, waar je tussendoor kunt uitrusten en genieten van het strandleven.


Een slang in het moeras van Sukau

In deze provincie ligt de hoogste berg van Zuid-Oost-Azië: Mount Kinabalu (4101 m.). In dit gebied bloeit de grootste bloem ter wereld, de rafflesia, die zelfs een omvang van één meter kan krijgen. In het Kinabalu National Park ligt de Nephentes Garden die de zeer bijzondere bekerplanten herbergt. Ons verblijf op een hoogte van 2000 meter brengt ons voor even terug naar Nederlandse temperaturen van rond de 20 graden. De mensen hier begrijpen niet dat wij blij zijn met deze kou…

Bij Sandakan ligt het Sepilok Orang Utan Reservaat waar het Orang Utan Rehabilitation Centre is gevestigd. Hier worden jonge orang oetans opgevangen die door hun moeder verlaten zijn of van wie de moeder gestorven is. Dat is nodig omdat de orang oetans met uitsterven worden bedreigd en jonge orang oetans de eerste zeven jaar de bescherming van hun moeder nodig hebben. In dit centrum worden ze met zorg grootgebracht en dan losgelaten in het reservaat, met dien verstande dat ze op gezette tijden op platforms voedsel kunnen pakken. Het is de bedoeling dat ze steeds minder naar die platforms terugkeren omdat ze intussen geleerd hebben in de jungle zelf voedsel te zoeken. Langzamerhand moeten ze zich de wetten van de jungle, met al zijn gevaren, eigen maken om te overleven. Dat voedsel op die platforms komt evengoed wel op. De brutale makaken eten als de donder de restjes op wanneer de aanwezige orang oetans klaar zijn met eten. Tijdens de tocht naar de platforms door de jungle zien we onze eerste slang. Een kleintje, weliswaar van ongeveer 25 cm, maar een zeer giftige.


Het paradijselijke eiland Lankayan
voor de kust van Borneo

Op ongeveer 80 km van de kust ligt het paradijselijke eiland Lankayan. Dit eiland van ongeveer 500 bij 100 meter herbergt een twintigtal chalets, die je tussen de tropische vegetatie nauwelijks waarneemt. Er is zelfs een stukje ondoordringbaar bos!

Op dit eiland komen één keer per vier of vijf dagen schildpadden aan land om hun eieren te leggen. Als je geluk hebt, kun je dit meemaken en wij hebben geluk!

Je schrijft eenvoudig je naam op een bord bij de receptie en de ‘turtle watchers’ die ’s avonds de ronde op het eiland doen, waarschuwen je als het zover is. Om 22.00 uur worden we geroepen dat er een schildpad aan land gekomen is en bezig is een diepe kuil te graven . In stilte maken we van dichtbij mee hoe de schildpad haar 60 eieren, die eruitzien als tafeltennisballetjes, in de kuil deponeert. Daarna graaft hij de kuil dicht en schuift in het zand een paar meter verder, de illusie wekkend dat ze haar eieren een meter verder heeft begraven. Daarna draait ze zich om en keert terug naar zee.

We zijn anderhalf uur verder. De eieren worden opgegraven, meegenomen en in een nursery herbegraven. Na twee maanden zullen ze uitkomen en ’s avonds op het strand worden vrijgelaten om de overlevingskansen te vergoten. De schildpadjongen kennen talrijke vijanden: 1 op 1000 schildpadeieren slechts wordt een volwassen schildpad.

Er heerst een relaxte sfeer op het eilandje. Het personeel op Lankayan voetbalt, na werktijd, op de punt van het eiland, dat uit louter zand bestaat.Wie de bal te hard schopt, moet ‘m onder luid gejoel uit de zee halen. Een bal over de zijlijn is een bal in het water…

Lankayan is een schitterend eiland om te duiken en te snorkelen. Vanaf het strand loop je zo de zee in om de meest kleurrijke koralen en vissoorten te bewonderen.

Algemene informatie

Toerisme is nog in ontwikkeling in Borneo. En soms is dat maar goed ook.
Dat slaat niet op de begeleiding: de gidsen die we via Talisman Reizen toegewezen krijgen zijn zonder uitzonderling punctueel, deskundig, vriendelijk en uiterst behulpzaam. Op het vliegveld vangen ze je op en tot en met het vertrek op het vliegveld staan ze je bij met raad en daad. Talisman zorgt ervoor dat je altijd in een klein internationaal gezelschap reist. Soms komt het zelfs voor dat je dagenlang een privé-gids hebt.

Nee, ik bedoel het fantastische junglegebied bij Sukau. Moge dat nog zo blijven! De rit ernaartoe is al een belevenis apart. Door de vele regen in de afgelopen periode - we zitten aan het eind van het regenseizoen - zijn de wegen veranderd in modderpoelen. Alleen de voornaamste doorgaande wegen zijn hier geasfalteerd, wegen in de jungle zijn karrensporen. Omdat het met de minibus zeker niet zal lukken, heeft de gids besloten een 4-weel drive in te huren om ons naar Sukau te brengen. Het laatste stuk, het karrenspoor, is een afstand van ongeveer 40 km! Over dat pad rijden ook veel vrachtwagens die de palmolievruchten van de plantages naar fabrieken vervoeren. We treffen het niet die dag. Het heeft de nacht ervoor behoorlijk geregend en de eerste vrachtauto’s staan al vast in de modder en wachten op hulp. Wij kunnen er nog wel om lachen, want de 4-weel drive maakt zijn naam waar en glijdt nog steeds soepeltjes door de diepe sporen…tot we zelf vast komen te zitten. De chauffeur en de gids blijven lachen, maar wij zien onze geest al dwalen en denken hier, ver van de bewoonde wereld verwijderd, te moeten overnachten. Maar hier helpt men elkaar onmiddellijk. Een shovel komt na een minuut of tien opdagen en duwt ons uit het diepe spoor zodat wij weer zelfstandig verder kunnen. Over die 40 km doen we wel ruim twee uur.

Bij aankomst in Sukau blijkt onze accommodatie overstroomd te zijn. De rivier staat twee meter hoger dan gewoonlijk en de lodge naast de rivier staat gedeeltelijk onder water. Geen punt: we worden in een andere accommodatie ondergebracht die nog wel droog staat. We wilden avontuur, we hebben het gekregen…

Het gebied rond Sukau is een van de mooiste, meest ongerepte junglegebieden van Borneo. Het is wetland en eigenlijk alleen via de Kinabatanganrivier bereikbaar. Hier zien we waarvoor we gekomen zijn: krokodillen, slangen, hagedissen, neushoornvogels, andere exotische vogels en natuurlijk de neusapen, orang oetans en de langstaartmakaken. Je kunt op verschillende momenten van de dag, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, door het gebied varen om telkens weer andere dieren en vogels te spotten.

Gelukkig is dit gebied alleen nog bereikbaar voor minibusjes ( bij goed weer) of voor 4-weel drive auto’s ( bij elk weertype). Bussen kunnen Sukau nog niet bereiken. Maar men is van plan de 40 km lange zandweg naar Sukau te asfalteren. Je moet er niet aan denken wat dat allemaal voor dit prachtige natuurgebied zou betekenen: busladingen vol toeristen, hotels in het dorp zelf en een permanente optocht van boten op de rivier. Dan kun je verwachten dat de neusapen zonnebrillen zullen moeten opzetten om hun ogen te beschermen tegen alle flitslichten van camera’s… God verhoede het. Leve de bureaucratie!

Maleisisch Borneo heeft eigenlijk alles: vriendelijke mensen, paradijselijke stranden, ongerepte jungle en overweldigende flora en fauna. Dat alles maakt dat je je actief kunt inspannen tijdens een jungletrekking, maar ook dat je van tijd tot tijd lui kunt relaxen aan het strand om de vele indrukken te verwerken. Dit land maakt je sprakeloos door zijn duizelingwekkende schoonheid, omdat er vaak nauwelijks woorden voor te vinden zijn. Borneo is ongetwijfeld een van de meest poëtische gebieden op aarde. Het is echter wel een land van contrasten: enerzijds is er de tendens steeds meer jungle om te zetten in palmolieplantages, anderzijds worden er nog steeds in beschermde gebieden nieuwe planten- en diersoorten ontdekt.Het is een van onze laatste paradijzen op aarde… maar voor hoe lang nog?

Voor meer informatie over reizen op maat naar Maleisisch Borneo kunt u zich wenden tot: Talisman Reizen, tel: 078-6142788, www.talismanreizen.nl

Voor meer informatie over vliegen naar Maleisisch Borneo kunt u zich het beste wenden tot Malaysia Airlines, tel: www.malaysiaairlines.com

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie