Lozère zomer 2003

Terug naar Reisartikelen

Lozère, Hérault en Aveyron: onbekend, maar zeer bemind!

>

Zelfs in Frankrijk, nog steeds nummer één onder de Nederlandse vakantiegangers, zijn er redelijk onbekende streken waar je weinig landgenoten. Drie van die streken zijn de Lozère, de Hérault en de Aveyron.

Door de Lozère stroomt de Tarn. Deze rivier die een diepe kloof uitgesneden heeft in het landschap nodigt uit voor een kanotocht. In deze Gorges du Tarn is het mogelijk verschillende afstanden af te leggen: 9, 13 of zelfs 20 km. Tussen Ste Enimie en Les Vignes is de rivierkloof, waar altijd een zachte bries doorheen waait, het mooist. Vanuit de boot kijk je op sommige plekken omhoog tegen loodrechte rotswanden van enkele honderden meters. Langs de oevers zijn er strandjes genoeg om uit te rusten en te genieten van zeldzame libelles en vlinders, te picknicken of lekker te zwemmen. Ste Enimie heeft een middeleeuwse kern van smalle straatjes en trappetjes. Bij Aqua Loisirs in Les Vignes en C2000 in La Malène kun je kano's huren voor één of twee personen. Je mag er desnoods een hele dag overdoen en je wordt op een afgesproken plaats en tijd weer opgehaald. Een unieke ervaring!


Kanotocht op de rivier de Tarn

In de Lozère zijn veel wandeltochten te maken op de hoog gelegen vlaktes, causses genaamd. Een museumboerderij in Hyelzas geeft een goed beeld van het harde bestaan van de vroegere boeren op de causses waar weinig vruchtbare grond voorhanden is en de winters bijzonder koud zijn. Niet ver van Les Vignes liggen de aangeklede ru´nes van Sévérac-le-ChÔteau. Er is veel fantasie voor nodig, maar kinderen vinden de ru´nes van een middeleeuws kasteel vaak indrukwekkender dan een volkomen gaaf en gemeubileerd slot uit latere eeuwen. Op gezette tijden wordt een voorstelling in Middeleeuwse sfeer gegeven of een demonstratie van een valkenier. Voor wie nog een andere kloof wil verkennen is een uitstapje mogelijk naar de Gorges de la Jonte. Langs deze rivier ligt het Belvédère des Vautours, een museum en een uitzichtspunt vanwaar je gieren kunt bespieden die in dit gebied gere´ntroduceerd zijn.

Op weg naar de ongeveer 125 km zuidelijker gelegen Hérault liggen twee niet te missen attracties: het Cirque de Navacelles is een aanschouwelijke aardrijkskundeles. Vanaf grote hoogte de diepte in kijkend, zie je hoe de rivier in de loop van tienduizenden jaren een bocht heeft afgesneden. De drooggevallen meander is een landschappelijk bezienswaardigheid geworden. Meer zuidelijk ligt het in het smalle ravijn van de rivier de Hérault gebouwde dorp St-Guilhem-le-Désert. Een groot klooster, ooit diep weggedoken in de verlaten kloof, maar nu, samen met het dorp en zijn smalle straatjes, een internationaal erfgoed.

De streek de Hérault heeft een vlak deel langs de kust en een glooiend gebied in het achterland. De hoofdstad Montpellier is een open stad met enkele ruime parken. Het Place de la Comédie is een magnifiek plein in de vorm van een ovaal. Het is een stad van jongeren en studenten met als gevolg vele druk bezette terrassen. Een stukje buiten het hart ligt de beroemde wijk Antigone met zijn verrassende architectuur.

Een ander stadje met een schitterend historisch hart is Pézénas, de stad waar Molière triomfen vierde. In steeds meer Franse stadjes kun je bij het Office de Tourisme ( de Franse VVV) een stadswandeling halen die je langs de mooiste monumenten leidt. Er zijn zelfs al stadjes waarbij de wandeling duidelijk bewegwijzerd is. Pézénas heeft beide, en dat is niet verwonderlijk, want dit stadje dat ver in het verleden zijn grootste bloei kende, draagt daar nog steeds de sporen van.

Even zuidelijker ligt Béziers, waar de imposante kathedraal hoog boven de stad uittorent. Buiten de stad liggen de 7 sluizen van Fonsérane waar het Canal du Midi bijna 30 meter aan hoogteverschil moet overwinnen. Voor sommige mensen is een bezoek aan deze sluizen een dagje uit. Het duurt inderdaad uren voordat een boot alle sluizen gepasseerd is.

Een bezoek aan de vele oude stadjes in deze streek is overigens, vanwege de grote warmte, in de ochtenduren aan te raden. De verkoelende Middellandse Zee is dichtbij om de middaghitte op te vangen...

In het achterland liggen verborgen parels als Villeneuvette, Mourèze en Clermont-l'Hérault. In dit laatste stadje kun je heerlijk eten bij de Logis de France de Sarlac aan de Route de Nébian. De aarde en de rotsen zijn in deze streek rood en dat is goed te zien bij het altijd winderige Lac du Salagou, waar veel gesurft wordt. Dit meer is een mooie vluchtplaats wanneer de hitte te groot wordt. In deze streek, die niet voor niets de naam Roussillon draagt, evenals als in de andere twee regio's wemelt het in de zomer van markten, rommelmarkten en festivals.

Op weg naar de weer noordelijker gelegen Aveyron ligt, dicht bij de snelweg A 75, een geheel ommuurd stadje, La Couvertoirade, dat ooit door de kruisridders van de Tempeliers is gesticht. Het is nog bijna intact en de huizen aan de smalle straatjes zijn veranderd in kunstateliers.

De Aveyron ligt min of meer links van de Lozère en is de minst bekende van de drie gebieden, ook al trekt het Lac du Pareloup veel Nederlanders. Maar in het iets noordelijker gelegen Lac de Pont de Salars bestaat de camping Parc Camping du Lac hoofdzakelijk uit Fransen. De meren in dit gebied zijn ontstaan uit het creëren van grote waterreservoirs voor de land- en wijnbouw: smalle dalen werden meren, waarin gezwommen, gesurft of gekanood kan worden.

In deze streek is Rodez het streekcentrum. Van buitenaf een druk industriecentrum, maar eenmaal in de stad zelf valt ook hier weer de ruimte en openheid op. De skyline van Rodez wordt beheerst de roodstenen kathedraal St. Fulcran, waarin enkele historische kunstschatten te zien zijn. Rodez herbergt het musée Fenaille. Dit museum in het oude hart van de stad is een geslaagd voorbeeld van een moderne renovatie waarbij het oude herenhuis waarin het gehuisvest is, zoveel mogelijk gespaard is gebleven. In het museum is de belangrijkste collectie statues-menhirs van Frankrijk te zien.

Langs de rivier de Lot liggen op korte afstand van elkaar enkele schitterende dorpjes: Espalion, St-C˘me d'Olt en Ste-Eulalie d'Olt. Deze dorpjes lijken de Middeleeuwen niet verlaten te hebben.
In dit gebied ligt ook een museum, gewijd aan de nietigste van alle dieren: het insect. Het museum 'Micropolis' in St-Léons is groots opgezet en geeft een mooi beeld van de insectenwereld. Het is mogelijk, door middel van een glazen tunnel, een mierennest en een wespennest van heel dichtbij te aanschouwen.

Een zeer bijzonder stadje is Sauveterre-de Rouergue.Dit stadje is gesticht in de 17e eeuw met als gevolg dat het geheel symmetrisch in een vierkant is aangelegd met vier stadspoorten. Maar het wonderlijkste is het centrale plein dat aan alle zijden door arcaden wordt omzoomd. Je verwacht dat in Italië, maar niet in een klein stadje in het zuiden van Frankrijk.

Een ander fraai stadje is Belcastel. Evenals enkele andere dorpjes behoort Belcastel tot 'les plus beaux villages de France'. Boven het dorpje staat het kasteel, dat op een eigenzinnige manier gerestaureerd is: gedeeltelijk in ere hersteld, gedeeltelijk een romantische ru´ne gelaten. In dit kasteel zijn wisselende tentoonstellingen op het gebied van fotografie en keramiek te zien.

Verreweg de interessantste plek in deze streek is Conques. Dit tegen een bergwand aan gelegen stadje ligt nu aan een onbetekenende weg. Maar in de Middeleeuwen was dat wel anders: Conques lag aan een van de vier door Frankrijk lopende pelgrimsroutes op weg naar Santiago de Compostella. De kerk, gewijd aan Sainte Foye, heeft een prachtige gevel boven de kerkdeuren. Het vroeger in vele kleuren geschilderde, maar nu verbleekte timpaan bevat allerlei gebeeldhouwde taferelen die het Laatste Oordeel verbeelden. De pelgrims die na een moeizame tocht hier aankwamen moeten zeer onder de indruk geweest zijn van dit kunstwerk dat in zijn symboliek niets aan duidelijkheid te wensen overliet. Op de dag van het Laatste Oordeel werd de mensheid verdeeld in uitverkorenen en verdoemden. De uitverkorenen konden rekenen op een plek in de hemel. Voor de verdoemden wachtte het hellevuur in het rijk van de duivels. Terwijl we nog even stilstaan bij de schoonheid van dit tafereel, is er in de verte gezang te horen. Door het dorp nadert een groep moderne pelgrims die luid zingend de kerk binnengaan. Voor hen wordt in een kapel aan de zijkant van de kerk even later een mis opgedragen. Alsof er in duizend jaar niets veranderd is... Het interieur van deze grote kerk is licht en ruim en bevat een schatkamer. Hier staan de giften en donaties van pausen, bisschoppen, vorsten of rijke pelgrims die op deze wijze trachtten een plek in de hemel te kopen. Het geheel van goud en met edelstenen overdekte beeld van de Sainte Foye is oogverblindend. Als een pelgrim nog niet geheel overtuigd was van de macht en de rijkdom van de Kerk, dan werd hij het hier wel.

De drie tamelijk onbekende streken verdienen zeker nog een bezoek!

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie