New York, New York (2008)

Terug naar Reisartikelen

‘We staan met de gids van de stad in de hand in het Central Park in New York, als een New Yorker op de fiets afremt en voor ons stopt. ‘Wisten jullie dat dit park oorspronkelijk een moeras was,’ zegt hij ongevraagd. ‘Het is gewonnen land en ik fiets hier al 45 jaar rond. Maar waar komen jullie vandaan?’

Met de transfer vanaf JFK Airport krijg je binnen een uur twee Amerika’s in beeld: langs de snelweg staan prachtige houten huizen die doen denken aan de pionierstijd van het oude Amerika. Maar als je even daarna New York in het oog krijgt, zie je het andere Amerika: de skyline van Manhattan met zijn wonderlijk harmonieuze wolkenkrabbers die tot in de hemel lijken te reiken. Op weg naar het hotel rijdend in een van de streets tussen de torenflats waan je je een lego poppetje in een speelgoedautootje. Die indruk laat je niet meer los in New York.

Met een ferry vanaf het zuidelijkste puntje van Manhattan, het eiland dat het centrum van New York vormt, vaar je naar het Vrijheidsbeeld, waarvan de wijsvinger alleen al tweeënhalve meter lang is. Sinds 9/11 kan dit symbool van Amerika niet meer beklommen worden, zoals er veel veranderd is na deze datum. De tergend langzame strenge veiligheidcontroles bij de douane (inclusief schoenen uit, riem af, vingerafdruk en irisscan), op de ferry naar het Vrijheidsbeeld en bij het Empire State Building geven aan dat men nog steeds op z’n hoede is. Maar de veerkracht is ook groot. Op de plek van de Twin Towers, nu Ground Zero genoemd, verrijzen binnen afzienbare tijd zeven nieuwe gebouwen. Een ervan is al klaar.

Op Ellis Island staat het immigratiemuseum. Door middel van woord en beeld wordt uitgelegd hoe en in welke omstandigheden de immigranten ontvangen werden. Rond 1900 was de toeloop zo groot dat de nieuwkomers op de schepen moesten wachten voordat ze het eiland konden betreden. Van daar konden ze de toen al moderne skyline van New York zien. Daar lag voor velen van hen het beloofde land, het land of the Golden Opportunity. Hoe triest moet het voor sommigen geweest zijn op de drempel van dit land teruggestuurd te worden.

De Kop van Manhattan, die je vanaf het water of wandelend over de Brooklyn Bridge het beste kan zien is van grote architectonische schoonheid. Ondanks de verscheidenheid in hoogte, kleur en bouw van de wolkenkrabbers is het een prachtig harmonieus geheel.

Manhattan was ooit een dichtbebost eiland in bezit van Indianen. In 1624 vestigen de Hollanders de eerste permanente handelspost. Peter Minuit kocht het gebied van de Indianen voor 24 dollar aan kralen. De vesting die later werd gebouwd als bescherming tegen de Indianen, werd Nieuw Amsterdam genoemd en was omgeven door een door een muur. De weg erlangs heet nog steeds Wall Street. De weg over het eiland die er al lag ten tijde van de Indianen, werd Breede Wegh genoemd. Er verschenen steeds meer huizen en dorpjes met Nederlandse namen als Haarlem en Breukelen. In 1664 verdreef het Engelse leger de Hollanders die er toch al genoeg van hadden omdat de kolonie te weinig opbracht. De Engelsen veranderden de naam van de stad in New York en verbasterden Breede Wegh tot Broadway, zoals de vroegere benamingen Haarlem en Breukelen werden verengelst tot Harlem en Brooklyn.

Deze vestiging is nu uitgegroeid tot de meest moderne, bruisende stad ter wereld. Want New York is the city that never sleeps: 24 uur per dag is er verkeer, rijdt de metro, lopen er mensen over straat en zijn vele winkels en restaurants open.

De metro zit in de spits overvol met mensen uit de wijken rond Manhattan die in het centrum hun werk hebben in restaurants, winkels, hotels enz., maar er niet wonen omdat dat onbetaalbaar is in Manhattan.

Maar New York is veel meer dan de Kop van Manhattan, ook al ligt hier het financiële centrum. De stad kent vele wijken met alle een andere uitstraling, zoals Chinatown, Little Italy, Soho en het bijna dorpse Greenwich Village, door de stedelingen zelf liefkozend The Village genoemd, waar we de eerste smalle straten met een bocht tegenkomen… Want Manhattan heeft een bijzonder praktisch stratenplan: van oost naar west lopen de streets vande first street tot en met de 215th street en van noord naar zuid lopen de bredere avenues van de first avenue tot en met de twelfth avenue. De enige straat die diagonaal van noord naar zuid over Manhattan loopt, is Broadway. In het hart van Manhattan ligt het grote Central Park dat ongeveer 5 km lang en 1 km breed is. Een wandeling in dit mooie park, de longen van de stad, is een ontmoeting met talloze joggers en fietsers die waarschijnlijk proberen hun fast food dieet te compenseren.

Wat opvalt is de vriendelijkheid en grote behulpzaamheid van de New Yorker. Als je op de plattegrond kijkt om te zoeken waar je naartoe moet, komt vaak een New Yorker op je af om je te helpen met het vinden van de weg. Ik maakte het zelfs twee keer mee dat ze mij nog achternakwamen om me nogmaals de goede richting aan te geven. Soms beginnen ze zo maar een gesprek met je.
Je moet overigens wel even wennen aan de wijze waarop de New Yorkers je de weg wijzen. Ze praten niet over ‘streets’ maar over ‘blocks’. Een gebouw dat je zoekt is niet de derde straat links, maar ‘three blocks, left’. De straten in de stad zijn opvallend schoon, behalve op de plekken waar veel toeristen komen… zoals het beroemde Times Square, dat in een zee van lichtreclames baadt die musicals en films aanprijzen die in de theaters in de buurt worden vertoond.

Voor architectuurliefhebbers is het smullen in de Big Apple. Al vanaf 1900 ontstonden de fraaie art deco gebouwen waarvan Chrysler Building het fraaist is. Vergeet niet een kijkje in de lobby van het gebouw te nemen. Dat moet je ook niet vergeten bij het Chanin Building. Beide zijn juweeltjes van die kunststroming die de meer strakke opvolger was van de vloeiende en bloemige stroming van de ‘art nouveau’. Het was een stroming die gebouwen ontwierp in de vorm van een piramide: de ontvangsthal en de top waren voor het voor het publiek. Ze zijn dan ook het mooist. Voor het middendeel dat uit kantoren bestond, was dat niet nodig.
Tussen de gebouwen van het hypermoderne Rockefeller Center zwiert een kunstrijdster in een pirouette over de ijsbaan. Ook dat is New York.

Macy’s is het grootste warenhuis ter wereld. Het beslaat een heel ‘block’, de hele afstand tussen twee straten, dus ongeveer 200 meter. Je kunt er echt verdwalen. Iets minder groot is Boomingdale’s, waar de welgestelden shoppen. Met onze sterke euro in gedachten durven we er wel binnen te gaan…

New York is ook de stad van de kunst. Drie grote musea verdienen absoluut een bezoek: het geweldig grote Metropolitan Museum of Art met onder ander de Dutch Galleries met werken van Rembrandt (33 stuks!), Vermeer, Frans hals en Jan Steen, en met een prachtige afdeling over Egypte en Oceanië.
Het Moma (Museum of Modern Art) bevat kunst van na 1850. Ook hier zijn de Impressionisten overweldigend aanwezig. Hele zalen hangen vol met schilderijen van Matisse, Picasso en Miro, maar daarnaast vind je ook de naoorlogse kunst van onder andere Andy Warhol, Francis Bacon en Willem de Kooning.
Het Guggenheim Museum is ook een museum met moderne kunst. Alleen het gebouw al, een grote spiraal die naar beneden loopt, is al een kunstwerk op zich.
Verder is The Cloisters, een filiaal van het Metropolitan, dat kunst bevat uit de periode 100-1520 en een aantal siertuinen, zeer de moeite waard.
Voor wie zijn kinderen meeneemt naar New York is het grote American Museum of Natural History aan te bevelen, waar je dinosaurussen kunt bewonderen. Maar let wel, dit is maar een kleine greep. New York is zo’n stad waar alle soorten musea voorhanden zijn.
De voorwerpen in de musea zijn voor het grootste deel door particulieren aan de musea zijn geschonken. Uiteraard prijkt in de zaal de naam van de gulle gevers. Ook een manier om onsterfelijkheid te verwerven…

Als er één stad is waar de multiculturele samenleving geslaagd is, dan is het New York. In de metro duizelt het je soms van de verscheidenheid aan mensen en talen die je ziet en hoort. Oké, het zijn vooral de blanke New Yorkers die in Manhattan hun herenhuizen bewonen, maarveel winkels en restaurants in Manhattan worden gerund door hardwerkende families die van oorsprong uit andere landen afkomstig zijn. Juist die smeltkroes van nationaliteiten maakt de stad fascinerend en enerverend.

Het is een goede formule van SRC die ons tijdens de trip in New York wordt voorgeschoteld: de ene dag een excursie onder leiding van een gids, de dag erop zelf avonturieren.

New York inspireert en vibreert voor iedereen die er komt. In New York is alles groot, maar vooral veel: veel wolkenkrabbers, veel restaurants, veel sirenes, veel kunst en vooral heel veel mensen. Vandaar waarschijnlijk de veelgebruikte slogan voor deze bruisende metropool: the city is so nice, you name it twice.

Voor meer info: www.src-cultuurvakanties.nl

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie