De weg naar het noorden

Terug naar Reisartikelen

Noorwegen 2004: De weg naar het noorden, de weg van het avontuur!

Op het vliegveld van Oslo begint de onthaasting: de ruim opgezette, met design ingerichte en grotendeels in hout uitgevoerde hal doet weldadig rustgevend aan. Vandaar vliegen we door naar Bergen, de tweede stad van Noorwegen.

‘In Bergen heb je vaak vier seizoenen op één dag. Het is dan ook de enige stad waar je een paraplu uit een automaat kan halen,’zegt onze Nederlandse gids Hanneke Brouns. ‘Die reputatie dat het hier altijd regent, komt ook omdat een buitje direct als regendag wordt geteld,’ relativeert ze met enige spot. Aan de haven liggen de kleurige houten huizen van Bryggen, een wijk waar in het verleden zo’n 1000 Duitse kooplieden en werknemers woonden om de stokvis te drogen en te verhandelen. Door de vele branden staan de huizen inmiddels op tien meter as. Alleen de ‘steenrijken’ konden zich een huis van steen veroorloven. Bergen is een open stad waar veel te doen is, zoals een tochtje met de kabelbaan naar een uitzichtpunt boven de stad of een bezoek aan het aquarium.

Onze tocht in Noorwegen loopt eerst door het fjordengebied naar het noorden, tot Alesund en daarna via een grote boog door het binnenland richting Oslo. Eén ding is zeker: je moet in Noorwegen geen tunnelvrees hebben. We rijden bij het verlaten van Bergen vrijwel direct de eerste van vele tunnels in. Op weg naar Voss zie je het zo typerende landschap van Noorwegen: verspreide, vaak donkerrood geverfde boerderijen, lieflijk gelegen tegen nabije heuvels en daarachter het panorama van hoog oprijzende, met sneeuw bedekte bergtoppen. De donkerrode kleur waarmee Noorse huizen vaak beschilderd zijn en die je ook aantreft in de Noorse vlag was voorheen eigenlijk de kleur van de armoe, verkregen door verf te mengen met dierenbloed. Wit was toentertijd de duurste kleur.

In Voss maken we, met gids Ingjerd D. Anda, onze eerste bergwandeling en genieten van de mooie vergezichten op meren en dalen. Via een mooie route langs het fjord bereiken we Ulvik. Hier ligt in een klein dal een bijzonder kunstwerk verscholen: een enorm ‘nest’’ geconstrueerd van hout en steen dat nog dateert van de winterspelen in Lillehammer. In het kleine Undredal, waar de tijd is komen stil te staan, is de plaatselijke kruidenier tevens VVV-vertegenwoordiger, beheerder van de stavkirke en verkoper van de bruine zoetige geitenkaas. Hier staat de kleinste stavkirke van het land. Deze houten kerken dateren vaak nog uit de Middeleeuwen Het best bewaard gebleven voorbeeld staat overigens in Borgund. In deze kerk met zijn overlappende daken zijn fraaie figuren op de houten zuilen afgebeeld.

Natuurlijk kiezen we voor een van de populairste attracties in Noorwegen: een rit met de Flamsbanen. Het boemeltreintje uit Flam overbrugt tijdens een rit van 20 km naar Myrdal een hoogteverschil van ruim 800 meter. Onderweg wordt een aantal keren gestopt, onder andere bij een hoge waterval waar een heuse waternimf op muziek aan het dansen is. We hadden fietsen meegenomen in de trein en keren daarna, in rustig tempo dalend, af naar Flam. Let er wel op dat het eerste gedeelte vanaf het station zeer steil is en eigenlijk alleen lopend kan worden afgelegd. Onderweg komen we langs een meisje met een kraampje van door oma gebakken typisch Noorse wafels. Een welkome afwisseling voor fietsers en wandelaars.

Noren koesteren hun verleden. Bij of in menige stad is een aantal oude huizen in een openluchtmuseum verzameld die typerend zijn voor stad of streek.

Via de Sneeuwweg ( met als alternatief een 25 km(!) lange tunnel) rijden we naar Laerdal. Het Zalmmuseum in Laerdal is zeer leerzaam. Men heeft zelfs een deel van de rivier waarin zalmen zwemmen door het museum laten lopen. Er wordt een interessante film getoond, waarin het leven van de zalm vanuit zijn eigen perspectief wordt getoond.

Een andere ‘must’ is een wandeling over een gletsjer. Wij maken in Oldedalen een tocht van ongeveer een uur over de Briksdalbreen, een van de vele uitlopers van de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer in Europa.. Volledig uitgerust met pikhouweel, tuigage, ijzers onder de schoenen en helm en door middel van een touw met elkaar verbonden beklimmen we een stukje van de gletsjer met zijn prachtige blauwe sneeuwijs.

Via Loen, waar het op één na grootste cruiseschip Constellation in de haven ligt, rijden we naar Geiranger via de oude Strynefjellsweg, een prachtige weg hoog door de bergen door een besneeuwd landschap. De Geirangerfjord wordt algemeen beschouwd als de mooiste fjord. Het eerste gezicht,vanaf grote hoogte, is inderdaad weergaloos: grote cruiseschepen liggen als speelgoedbootjes in de haven te dobberen. We genieten volop van een tocht met een rondvaartboot door deze smalle fjord waar de bergen steil in het water lopen.

We volgen de Adelaarsweg die voorbij Geiranger begint met een aantal spectaculaire bochten naar Alesund. Alesund is de meest noordelijk stad van onze trip. Een eerste kennismaking met de stad is een wandeling naar het uitzichtpunt boven de stad die een mooi beeld geeft van de langgerekte, op verschillende eilanden gebouwde stad.Het centrum van deze stad brandde in 1904 volledig af., waardoor een prachtig Jugendstil centrum is ontstaan, omdat dat de mode was rond de eeuwwisseling. Het pas geopende Jugendstil centrum, gevestigd in een oude apotheek, biedt een interessante expositie. Je kunt een unieke wandeling maken, want nergens ter wereld staan zoveel huizen in die stijl bij elkaar. Vanuit de stad is via twee tunnels en een brug een uitstapje mogelijk naar het eiland Giske waar een 12e-eeuwse kapel te bewonderen is en naar de vuurtoren van Alnes.


De klim naar de top van de berg Bessegen
is adembenemend mooi.

Via Valldal en de Trollstigen ( het trollenpad) dalen we zigzaggend af naar Andalsnes. Vandaar leidt een mooie weg door het dal naar Vaga. Ons onderkomen die avond is een Gjendesheim Turisthytte, de basis voor vele bergwandelaars die de vele toppen in het Nationale Park Jotunheimen willen beklimmen. Voor ons ligt de berg Bessegen, ruim 1700 meter hoog, op ons te wachten. ’s Morgens om negen uur varen we eerst met de boot het halve meer over naar Memurubu waar de beklimming start. Het wordt een onvergetelijke ervaring: een wandeling van acht uur, met steeds fantastische vergezichten op een zeer diep gelegen, turkooizen gekleurd gletsjermeer aan de ene kant en een 400 meter hoger gelegen donkerblauw bergmeer aan de andere kant. Soms hebben we links en rechts niet meer dan enkele meters bergkam… Adembenemend letterlijk en figuurlijk. Vol trots leggen we dan ook op de Bessegen, die iedere Noor beklommen wil hebben, onze kei op het hoogste punt boven op de heuvel van keien.

Hemsedal is voor veel Nederlanders de basis voor een vakantie in Noorwegen. Van hieruit worden veel excursies georganiseerd naar het fjordengebied. In het dal zelf zijn genoeg activiteiten om een plezierige vakantie door te brengen: je kunt wandelen, fietsen ( op aparte fietspaden!), zwemmen, kanoën of een uitstapje maken naar een traditionele zomerboerderij in de heuvels, waar je nog originele lekkernijen kan krijgen. Vanuit Hemsedal is het mogelijk 10 bergtoppen in de omgeving te beklimmen en na afstempeling daarvoor voor elke top een medaille in ontvangst te nemen. Een speels initiatief. Wij verblijven enkele dagen in Harahorn in een zeer comfortabele hut in Harahorn, waar we genieten niet alleen genieten van het fraaie uitzicht, maar ook van de uitstekende keuken.Wij voelen ons al ervaren en kiezen voor de Harahorn met een gemiddelde moeilijkheidsgraad. Vlakbij ligt het tamelijk geïsoleerde Hydalen dat we via een supersteile afdaling ( dus terug lopen geblazen!) per mountain bike bereiken waar je heerlijk kunt picknicken of zwemmen.

In Jevnaker op weg naar Oslo bezoeken we de zeer bekende Hadeland Glaswerk Fabriek waar we de glasblazers aan het werk zien die klassieke of design ontwerpen vervaardigen.


Een van de talloze beelden in
het Vigelandsparken in Oslo.

Oslo is eigenlijk een kleine stad voor een hoofdstad. Hij telt ongeveer 500.000 inwoners, nog minder dan Amsterdam. Het hart van de stad is goed te bewandelen en te befietsen, maar ook het openbaar vervoer via bussen, trams of de metro is uitstekend. Met de Oslo Pass kun je vrij parkeren, gratis gebruik maken van het vervoer en zijn de meeste musea vrij toegankelijk. In het centrum zelf is een bezoek aan het Raadhuis met zijn fraaie fresco’s, het Akershus Slot, het Historisch Museum en de Nationale Galerie de moeite waard.Een aanrader is ook het Vikingschip Museum dat per veerdienst vanaf de haven te bereiken is, evenals het nabij gelegen Norsk Folkemuseum, tenzij je al eerder een open luchtmuseum hebt bezocht.. Het aardigste is een wandeling in het uitgebreide Vigelandsparken waar de beeldhouwer Vigeland talrijke beelden plaatste van de mens in al zijn vormen.

Noorwegen is een prachtig land, met behulpzame, uitstekend Engels sprekende mensen. Het is vooral een rustig land waar je uren kunt wandelen zonder ook maar iemand tegen te komen.

Het verkeer op de uitstekende wegen is een verademing, maar vergeet niet altijd ongeveer 40 kronen contant bij je hebben, want onverwachts kun je in de bergen een tolweg tegenkomen.De keuken is prima, uiteraard met de nadruk op visgerechten. En geloof de verhalen over het slechte weer vooral niet. Uiteraard ligt de gemiddelde temperatuur lager dan die in Nederland, maar vooral ’s zomers is het weer in Noorwegen minstens zo aangenaam als in Nederland.

Zomer 2004

Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot het Noors Verkeersbureau: brochurelijn 0900-8991170(35ct/min) of www.visitnorway.com

Voor een gids in Bergen: hannekebrouns@hotmail.com en voor een wandeling in de bergen bij Voss: www.vossafjell.no.

Top

Site by Nico Schuyt WebTechnologie