Madeira, een ongeëvenaard wandelparadijs

Terug naar Reisartikelen

Van onze reisjournalist André Nuyens

Het is begin mei, de hemel boven ons is even mooi lichtblauw als de overal bloeiende agapanthussen en de temperatuur is al dagenlang 24 graden Celsius.
Madeira wordt beschouwd als een ‘drijvende tuin’, het is het geboorteland van de voetballer Christiano Ronaldo en staat bekend om zijn bloemen- en plantenrijkdom, zijn indrukwekkende vergezichten over de zee, zijn kleurrijke bloemenfestival en zijn beboste bergen.
Het is van groot belang de juiste tijd te kiezen om naar Madeira te gaan. Vanaf oktober tot en met maart regent het gemiddeld 10 dagen of meer per maand. Voor wie graag wandelt is dat niet het beste seizoen. In de tussenliggende periode regent het vrij weinig waardoor je beter vanaf april of mei voor een wandelvakantie dit eiland kunt bezoeken.

De wandelpaden liggen voornamelijk langs smalle irrigatiekanalen, levada’s geheten, die al een paar eeuwen het water van de regenrijke bergen in het noorden naar het droge zuiden en oosten brengen. De totale lengte van de levada’s is ruim 2000 km.
Langs de levada’s zijn paden aangelegd die aanvankelijk alleen dienden voor het onderhoud, maar nu vooral onderdeel zijn van het geweldige wandelnetwerk van Madeira. Het is een uitstekende manier om de wilde natuur in bergen en dalen van het eiland te leren kennen. Wandelpaden die voor iedereen, jong en oud, geschikt zijn omdat de levada’s zeer geleidelijk van de bergen naar de valleien afdalen en dus weinig hoogteverschillen vertonen.

De bergen op Madeira, tot ruim 1800 meter hoog, zorgen ervoor dat je soms zelfs boven de wolken wandelt.
We zitten op twee plekken op Madeira in landelijke gelegen hotels om vandaaruit het eiland wandelend te verkennen.

Onze eerste standplaats is Estalagem do Vale, gelegen in het dal boven Sao Vicente. Een voortreffelijk **** hotel met een uitstekende keuken! Het hotel is voorzien van een (overdekt) zwembad, een minigolfbaan en een grasweide om ontspannen te zitten.
Het personeel is uiterst vriendelijk en hulpvaardig.

Vanaf deze basis kun je heel goed een aantal wandelingen maken vanaf de nabij gelegen Encumeadapas. Vanaf die plek kun je wandelen naar het Folhadal, naar de Pico Ruivo do Paul, van Bica da Cana naar de Pinaculo, vanaf Rabaçal naar de waterval van Risco of de zogenaamde 25 Fontes. Vooral die laatste twee wandelingen zijn populair en druk. Voor die wandelingen is het belangrijk vroeg te starten om de vele bussen voór te zijn. Je kunt vanaf het hotel zelf ook een aardige wandeling maken naar de kapel op een heuvel aan de andere kant van het dal waar je voortdurend vanuit het hotel zicht op hebt.

Onderweg tijdens de wandelingen langs de levada’s kijk je je ogen uit naar alles wat groeit en bloeit: reuzenboterbloemen, aronskelken, boomvarens, allerlei andere varens, solanums, agapanthusssen, hortensia’s en orchideeën.
Soms moet je door een lange of korte donkere tunnel lopen en daarom is een zaklantaarn tijdens het wandelen noodzakelijk. En na een inspannende wandeling tussen de twee en vier uur kun je op een terras van een willekeurig dorp heerlijk uitrusten met een kopje prima koffie en eventueel het heerlijke puddinggebakje pastel da nata.

Natuurlijk mag een bezoek aan de hoofdstad Funchal tijdens een verblijf op Madeira niet ontbreken. We treffen het omdat op iedere zondag in mei dans- en zanggroepen het bloemenfestival opsieren. Het oude hart met zijn smalle straatjes, het stadhuis en de kathedraal met zijn fraaie cassettenplafond en de bloemrijke parken, is de moeite waard.

Onze tweede standplaats ligt in het oosten. We zitten in *** hotel Estalagem A Quinta, in het kleine dorp Santo do Serra, gelegen op ongeveer 600 meter hoogte.
Verbazingwekkend is hoeveel café’s zo’n klein dorp toch nog telt.In dit geval minstens 5 à 6. In Nederland zou zo’n dorp geen enkel café meer kennen. Hier kunnen we zelfs vanuit het hotel een wandeling beginnen richting Portela of Ribeiro Frio. Daar, in het binnenland, drinken we bij een café/restaurant koffie voor € 1,75. Waar maak je dat nog mee? Voor onze tweede wandeling brengt de gastvrouw ons zelf met de auto naar Capela dos Cardais vanwaar we kunnen terugwandelen naar ons hotel. Een sympathieke service!

De derde wandeling die we in het oosten maken is de eveneens populaire wandeling op Ponta de Sao Lourenço, de landtong in het uiterste oosten van Madeira. Er staat die dag een krachtige wind en dat maakt die wandeling met zijn magnifieke panorama’s tot een spannend avontuur. Na afloop van de wandeltocht, die ongeveer 3 uur in beslag neemt, kun je op een van de strandjes in de buurt relaxt ontspannen van de vermoeiende tocht op het schiereiland.

Madeira is geen eiland voor een strandliefhebbers. Daarvoor is de kust te rotsachtig en te steil. Slechts hier en daar ligt een klein strand. Maar voor wandelliefhebbers is het misschien zelfs een betere stemming dan de gerenommeerde wandeleilanden La Palma en La Gomera. Met behulp van de zeer goede wandelgids van Rother, Madeira, de mooiste levada- en bergwandelingen, waarin 50 nauwkeurig beschreven wandeltochten staan met begin- en eindpunt en voorzien van de hoogteverschillen, zult u in het juiste seizoen een weergaloze vakantie beleven.

Top